De meeste gemeenten hebben de transitie op 1 januari 2015 goed georganiseerd. Er is ontzettend hard gewerkt om de enorme wijzigingen in een kort tijdsbestek voor elkaar te krijgen.

In de sector is iedereen zich er echter van bewust dat dit pas het begin is. De echte transformatie van het stelsel moet nog beginnen. Elke organisatie in de sector zal zich de komende jaren verder moeten ontwikkelen richting eigen kracht, meer eenvoud en samenwerking.

Uiteindelijk draait alles in dit transformatieproces erom dat de burger zo zelfstandig mogelijk zijn eigen leven vorm geeft, samen met zijn natuurlijke netwerk. Vanuit het stelsel wordt alleen waar nodig, op maat gesneden ondersteuning en goede zorg geboden, waarbij de burger centraal staat.

Dit klinkt eenvoudig en ’als een open deur’, maar onze dagelijkse praktijk en de recente geschiedenis van de verzorgingsstaat laat zien dat dit geenszins vanzelfsprekend is. Uiteenlopende belangen hebben er samen voor gezorgd dat er een woud aan concurrerende interventies en regels is ontstaan. Een woud dat ondanks goede intenties, lang niet altijd de zelfstandigheid, zelfregie en goede zorg aan de burger dient.

We kunnen de potentie van de transformatie alleen waarmaken als we durven om zelfregie en de goede zorg in het hart van de veranderingen te plaatsen. En zo de ontvanger, de kwetsbare burger dus, het roer te geven van de transformatie.

En hoewel dit in de beleidsdocumenten meestal wel zo ongeveer in orde is, is de praktijk weerbarstig. Het gaat in de transformatie om spannende experimenten die hun weg moeten zoeken tussen woord en daad. Experimenten die lef en creativiteit vragen van alle betrokkenen.

Durven we het transformatieproces zelf te kantelen?